maandag 31 januari 2011

Kreeft met tomatensaus




Afscheid van Kigoma was gelukkig nog geen afscheid van Tanzania. Vorige week hadden Marieke en ikzelf eigenlijk helemaal geen zin om nog een weekje op reis te gaan. Achteraf bekeken was het toch een goed idee, anders zou ons afscheid te plots en te snel gekomen zijn. Nu hebben we een week de tijd gehad om onze terugkomst rustig voor te bereiden en ons avontuur na te bespreken met elkaar.
Dar es Salam hebben we wat aan ons voorbij laten gaan, we hebben onze vrije dagen vooral gespendeerd op het sprookjesachtige eiland Zanzibar. De reis naar het eiland ging met een grote speedboot. Er was die morgen een storm op zee waardoor we nogal door elkaar geklutst werden. Marieke’s maag was daar niet zo blij mee, ze heeft dan ook niet zo erg genoten van ons boottochtje.
Eenmaal terug vaste grond onder de voeten ging het gelukkig al beter. Op Zanzibar aankomen is als arriveren in een andere wereld. De stad Stone town ademt een hele Arabische sfeer, Aladins en vliegende tapijten zouden er niet misstaan. Het is wel een doolhof. Op weg naar onze lodge zijn we meer dan eens verloren gelopen. En ook heel toeristisch. Het ging er voortdurend van ‘Jambo’ of ‘Hakuna matata’. Zogenaamd typische swahili uitdrukkingen die we in Kigoma niet of nauwelijks hoorden. Ze keken nogal raar op ginder als wij iets in het Swahili vroegen of antwoordden.
Op Zanzibar hebben we ook al mogen ervaren wat een omgekeerde cultuurshock is. Er is werkelijk niets dat je ginder niet kan vinden. We hebben er dan maar van geprofiteerd: seafood barbecue, Italiaans roomijs, cocktails, pannenkoek met banaan een nuttella,… Ja ’t valt wellicht op dat we het eten nog het meest gemist hebben.
Na ons bezoek aan Stone town gingen we 2 dagen naar Kendwa, Noord Zanzibar. De regio is bekend voor back packers, maar buiten het feit dat we in een slaapzaal sliepen, voelde het toch aan als een luxevakantie. Ontbijten met zicht op de groenblauwe oceaan, een cocktail drinken op een ligbed op het kalkwitte strand, de keuze hebben tussen pizza’s, visschotels, sushigerechten en barbecue,… Eén ding is zeker: luxe en decadentie wennen snel. Al zeiden we soms toch tegen elkaar: ‘Onze gasten moesten ons hier eens zien zitten…’. Als je beseft dat het buffet van een budgethotel beter is dan het kerstmaal van Maendeleo, is dat toch een beetje triest.
Maar we hebben niet nagelaten ervan te genieten. We zijn nog op boottocht geweest met een dhow –een traditionele zeilboot- en we hebben gesnorkeld tussen koraalriffen en tropische vissen. Echt prachtig om te zien. We zijn wel verrast geweest door de zon. Zanzibar is nog véél heter dan Kigoma. Marieke ziet nu niet rood als een kreeft maar als kreeft met tomatensaus. Het contrast in temperatuur met België zal niet op te lachen zijn!
De laatste avond in Kendwa zijn we naar een beachparty geweest. ’t Was echt ideaal: een mix van Europese en Amerikaanse dance muziek met onze favoriete Bongo hits. Buiten de toeristen waren er ook een hoop Afrikanen aanwezig die bijna aan het vechten waren om de aandacht van de blanke meisjes. Ook een paar dikke oude Italiaanse vrouwen stonden op de dansvloer met jonge Maasai- mannen. Al betwijfelen wij of hun gezelschap gratis was…
Nog een grappige anekdote: in Kendwa kwamen we een groep van op één na allemaal blonde Hollandse meisjes tegen. Een paar ervan herkenden we van in Kigoma. Het waren blijkbaar allemaal verpleegsters in opleiding die ook vrijwilligerswerk hadden gedaan in Kasulu- nabij Kigoma. Ongelofelijk toeval dat zij op exact hetzelfde moment naar Zanzibar reizen en exact hetzelfde strand uitkozen. Toen we terug in Stone town waren, waren zij daar ook… in dezelfde lodge als ons en nauwelijks een uurtje later in hetzelfde restaurant als het onze. ’t Is te hopen dat ze straks niet op ons vliegtuig zitten anders wordt het echt wel creepy…
Na nog een dag rondkuieren in Stone Town, wat last minute souvenir shopping en een bezoekje aan de voormalige slavenmarkt zijn we vanmorgen teruggekeerd naar Dar. Nu wachten we bij de broeders ons vertrek af. Als alles goed loopt landen we morgenvroeg in Zaventem. Ons Afrika avontuur is dan helemaal afgelopen. En samen met onze reis zal ook deze blog tot het verleden behoren. Nu is het helemaal een ‘kumbukumbu’: een herinnering aan wat is geweest.

“We can be pineapple friends”

Kigoma. Na al die maanden voelde het aan als een tweede thuis. We wisten onze weg, kenden onze buren, praatten met de locals in het Swahili. Oh wee als iemand ons als toerist behandelde! We waren niet langer zomaar ‘mzungu’. Als we over straat liepen, riepen mensen onze naam, ofwel ‘teacher’. We hebben gezien hoe de gewone Afrikaanse mens leeft, zijn geweest op plaatsen waar nog bijna nooit een blanke voet zette. Het was een prachtige, levensverrijkende en onvergetelijke ervaring.

We hebben onze tijd genomen om afscheid te nemen. Marieke schrijft niet graag op de blog. Daarom zegt ze alles wat ze op de blog wil tegen mij en schrijf ik het op. Hier dus het afscheidsverhaal van Marieke…
Marieke is dan wel niet verhuisd naar Bangwe, in de praktijk kwam het er wel op neer dat ze daar toch ongeveer de helft van de week bleef slapen op de grond van de voorraadkamer. Dat dit laatste niet zo aanlokkelijk klinkt, bewijst toch wel dat de sfeer goed moest zitten. Het afscheidsfeestje was dan ook gespreid over 3 dagen want het laatste weekend was het daar iedere avond dikke party. Haar ‘socials’ hebben haar een afscheidslied gezongen en zelf deed ze een toespraak in een mengeling van Swahili en Engels. Dinsdagochtend was het tijd om echt afscheid te nemen. Marieke ging immers terug naar Aqua Lodge om haar spullen te pakken want op 13u zou ons vliegtuig richting Dar es Salam vertrekken.
Maar Tanzania zou Tanzania niet zijn, mocht dat toch weer niet een beetje anders gelopen zijn. Het probleem: ‘Technical problems, waiting for engineer’. Een engineer die dus van Dar es Salam moest komen om het enige vliegtuig tussen Dar es Salam en Kigoma te repareren… Beetje domme situatie: ’s ochtends van iedereen afscheid genomen en dan loop je daar nog rond als iedereen in de namiddag van school terugkeert. ’t Is misschien wel de schuld van de Bangwe- broeders, want die hebben aan God gevraagd om Marieke nog wat langer te laten blijven. Ook haar gasten vonden het niet erg: ‘kesho kesho kesho…’ Voor hen liefst niet morgen, niet overmorgen en ook niet de dag erna.

Ook mijn afscheid in Maendeleo was over meerdere dagen gespreid. Om te beginnen ging ik met de kinderen naar Bangwe beach, een soort openlucht- disco aan het strand. Maendeleo heeft nogal een speech- cultuur. Dus terwijl we daar zaten kwamen de jongeren van mijn team en de kinderen allemaal één voor één in het midden een bedankwoordje zeggen. Het was dan wel nog niet de dag van mijn vertrek, toch vond ik dit het meest ontroerende moment.
De volgende dag had ik een afscheid gepland voor heel Maendeleo. Ik zou dagaa kopen – gedroogde visjes die iedereen van Maendeleo behalve ikzelf heel lekker vindt. Maar er was een budgettair probleem: geen geld voor frisdrank en dus ook geen geld voor mijn afscheidsfeestje. Dan maar zelf frisdrank gekocht en ‘dagaa voor iedereen’ veranderd in ‘ananas voor iedereen’. Want geen denken aan dat ik geen afscheidsfeest zou krijgen!
Het feestje ging van start met de gebruikelijke speeches, deze keer van de broeders. Daarna moest ik in het midden gaan zitten en werd ik door iedereen ‘gezegend’ met een religieus lied. Vervolgens hebben alle groepen van Maendeleo (de kinderen, de jongeren, de broeders) om de beurt een klein optreden gegeven. Er was geen muziekinstallatie of niets, maar een feestje werd het!
Toen de kinderen gingen slapen, zetten wij het feestje verder in de discotheek. Ik ging met 7 vrienden van Maendeleo, Marieke en Linde kwamen af met een aantal broeders. Het werd een memorabele avond want alle drie hadden we touche: de meisjes elk van een broeder, ik van de oudere zus van één van de Bangwe- gasten. Bepaal zelf maar wat het meest fout is. De volgende dag bleek dat veel broeders die avond stilletjes weggeslopen waren. Ze hadden niet verwacht zoveel Maendeleo jongeren te zien, en ze willen niet graag dat er geroddeld wordt over hun geheime uitgaansleven.

De Maendeleo bewoners waren niet de enigen waarvan ik afscheid moest nemen. Ik ben nog met mijn leerlingen van de cursus Engels op café geweest en zij brachten ananas mee als geschenk.
Op Lake Tanganyika hadden ze met alle leerkrachten samen gelegd om een cadeau voor me te kopen. Bertha, mijn favoriete collega, vond het jammer dat ze geen computer heeft en dus niet kan mailen. ‘But maybe we can be pineapple friends’ zei ze dan. Ze bedoelde ‘penpals’ maar nadat we bijkwamen van het lachen hebben we toch gezegd: ‘vanaf nu zijn wij pineapple friends!’. De andere leerkrachten en de directeur hebben me de opdracht gegeven om veel groeten te doen aan mijn vader, mijn moeder en mijn broer. De leerlingen op hun beurt wilden allemaal heel graag mee naar België. Ik heb gezegd dat ze heel erg welkom zijn.

De laatste dagen heb ik met de Maendeleo- kinderen veel op hun kamer gezeten. Nu de nieuwe slaapzaal klaar is, hebben ze eindelijk hun eigen plekje waar ze graag rondhangen. Uit de verhuis is nog iets anders gegroeid: De jongeren zijn nu begonnen met ‘interdormitoral football competition’. Er zijn nu immers 2 jongeren- kamers. De helft is moeten verhuizen om plaats te maken voor de kinderen. Hun nieuwe kamer is helaas niet zo comfortabel als de echte slaapzalen, waardoor die de bijnaam ‘Guantanamo’ kreeg. De andere kamer noemen ze ‘Mwaka hill’, de naam van een luxehotel in Kigoma.

Toen het echte afscheid naderde, hebben de kinderen collectief beslist om te spijbelen om mij te vergezellen naar de luchthaven. Ik ging toch maar eens vragen aan de superiors of dat nu eigenlijk wel mocht. Het antwoord: ‘No problem! They will never accept to go to school on the day you leave.’ Oké, ik dus een busje geregeld zodat iedereen mee kon. Jammer genoeg is het plan in het water gevallen toen bleek dat de vlucht gecancelled was. De volgende dag was het afscheid helaas minder ideaal: een snelle knuffel bij het ontbijt terwijl iedereen druk bezig was zich klaar te maken voor school. Bovendien was het aan het stortregenen zoals het in geen maanden had gedaan. We zijn dus vertrokken met de boodschap: ‘Don’t be too surprised if our flight is cancelled again and we are back this afternoon’. Het was pas toen het vliegtuig van de grond kwam dat het echt doordrong: het zit er op. Mbongo wordt weer mzungu.

maandag 17 januari 2011

Ik ben mbongo!



http://picasaweb.google.com/103677656645703739545/Januari#

Het is gelukt. Na 4 maanden in Afrika ben ik door de kinderen officieel uitgeroepen tot ‘mbongo’, wat slang language is voor ‘Tanzaniaan’. De aanleiding: er is hier een paar weken geleden een nieuwe mzungu komen wonen, een broeder uit Polen. De kinderen noemen hem ‘popo’ (vleermuis) want hij is nogal goed voorzien van oren. Toen hij aankwam maakte eentje de opmerking: ‘Nu ben jij niet meer de enige Mzungu’. Waarop een andere: ‘Hij is geen Mzungu meer. Nu is hij Mbongo’. Sindsdien wordt ik geregeld aangesproken als ‘Mbongo’, een bijnaam waar ik trots op ben.

Het schooljaar is hier ondertussen terug begonnen. In Tanzania loopt dit gelijk met het gewone jaar, dus startte ik met een nieuwe klas en schoven de anderen allemaal een jaartje op. De opstart ging nogal op het gemak. De eerste dag hebben we vooral zitten bijpraten met de leerkrachten, de tweede dag was ik de eerste die weer ging lesgeven en de derde dag was al een vrije dag wegens de Zanzibar Onafhankelijkheidsdag. Er moest trouwens ook nog vergaderd worden over welke leerkracht welk vak in welke klas ging geven, 2 dagen na het begin van het schooljaar.
Ikzelf kan maar voor 2 weken meer terugkeren. Ze hebben me al gevraagd of ik mijn vertrek niet kan uitstellen want nu vallen ze zonder leerkracht Engels. Immers, de enige 2 leerkrachten buiten mezelf die fatsoenlijk Engels spreken vertrekken ook. Ze hebben een extra opleiding gevolgd en ga nu in het secundair lesgeven… Probleem! Ik heb gezegd dat ik niet eeuwig voor niks kan werken. ‘We will give you money’ was het antwoord. Mooi compliment, maar toch niet zo’n aanlokkelijk aanbod als je de loonbrief van een Tanzaniaanse leerkracht bekijkt.
Ook de leerlingen willen nog niet dat ik wegga. Een paar kinderen van het 4e hebben me gevraagd of ik geen andere blanke leerkracht kan sturen. Een Chinees of een Arabier was ook goed. Zolang het maar geen doodgewone Afrikaan is dus.

Met nog 2 laatste huisbezoeken legde ik ondertussen de laatste hand aan mijn project. Tijdens die bezoeken kwam ik soms bijzondere situaties tegen. Zo was ik vorige week te gast bij de oudere zus van één van mijn kinderen. Ze was zo blij dat we speciaal naar de village gekomen waren om haar te bezoeken dat ze me per se een cadeau wilde geven. Ze is dan maar in haar tuin een haan gaan vangen. Een haan: dat is dus vlees en vlees is hier heel kostbaar. Om dit van een arme familie te krijgen is dus een heel gul gebaar. Wij dus met een haan in de bus terug naar huis. Mijn eerste gedacht was: we laten de haan vrij. Op Maendeleo lopen er heel wat kippen rond en een haan kan voor kuikentjes zorgen. Toen ik de volgende ochtend veel te vroeg gewekt werd door het kraaien van diezelfde haan ben ik van gedacht veranderd. Hij moest dood. Onder het motto ‘We doen eens een andere kookactiviteit als fruitsla maken’ ging zijn kop eraf. Gelukkig zijn de kinderen heel bedreven in het slachten en klaarmaken van beesten. Mijn hulp bleef beperkt tot het uittrekken van pluimen. Omdat we het vlees verdeeld hebben onder alle kinderen, kreeg iedereen ongeveer 1,5 hap kippenvlees tijdens het avondeten. Wel hebben ze alles opgegeten wat ook maar enigszins eetbaar te noemen is. Onze haan is dus niet voor niets gestorven.

Op dit moment gaat het niet zo goed met 5 van de kinderen hier. Het is hun eigen schuld: ze wilden allemaal per sé een besnijdenis. In plaats van naar het hospitaal zijn ze naar het vissersdorp Katonga gegaan want daar kan je goedkoop laten besnijden. Ondertussen lopen ze hier al bijna twee weken rond in een kanga’s (doeken die door de vrouwen hier als rok of als hoofddoek gedragen worden). ’t Is schoon om te zien.

Ook met mij ging het afgelopen week niet zo goed. De reden: de nieuwe kinderkamer. Met diverse budgetten die ik verzameld en gekregen heb, heb ik 6 nieuwe stapelbedden voor de kinderen gekocht. De timmerman ging die binnen de week afkrijgen. Maar een week duurt hier blijkbaar langer als 7 dagen. Twee keer ben ik mogen teruggaan om hem aan het werk te zetten. Op de duur zijn er 3 jongeren van Maendeleo hem gaan helpen en we hebben de bedden dan nog zelf mogen vernissen ook. Maar goed, ondertussen zijn ze af.
Helaas heeft het nog even geduurd voordat we de kamer in gebruik konden nemen wegens een gebrek aan matrassen. We hadden nochtans een budget om deze te kopen, gekregen van onze Spaanse vriendin. Toen ik achter dat budget ging informeren, kwam ik te weten dat het gebruikt is om matrassen te kopen voor een groep vrijwilligers die hier 2 weken zouden verblijven. Geheel tegen mijn normale doen in, heb ik me eens flink kwaad gemaakt op degene die het budget in handen had. Die beloofde me dat hij andere matrassen zou brengen. 2 weken later was hier nog steeds geen matras te bespeuren. We hebben uiteindelijk moeten wachten totdat de bezoekers weer vertrokken waren en dan zijn we de matrassen gaan halen. Maar het zijn er te weinig, een deel van het budget is foetsie, zogezegd door de ‘exchange rate’. Maar het gaat wel om veel geld, ze zijn nog niet van mij af wat deze zaak betreft!
Gelukkig vonden de kinderen het zelf niet zodanig erg om te wachten. Ze vonden mijn uitleg zelfs heel grappig: ‘fundi seremala ni mpumbavu!’- ‘de timmerman is een idioot’ en ‘Brother B. ni mwizi!’ – Broeder B. (de financieel verantwoordelijke) is een dief!

Onze tijd hier in Kigoma zit er bijna op. Nog een week en dan nemen we het vliegtuig naar Dar es Salaam. We hebben dan nog een paar dagen de tijd om deze stad en het eiland Zanzibar te bezoeken.
Benieuwd wat dat gaat geven als we terug zijn. ‘t Is maar te hopen dat we thuis niet teveel op z’n Swahilisch – lees ‘onbeleefd’- gaan communiceren. In Tanzania mag je naar hartenlust commanderen en je mag alle alstubliefts en dankjewels achterwege laten. Iemand vriendelijk begroeten is zowat de enige vereiste. Stel je voor, een gesprek in de winkel: “Hallo! - Hallo, welkom - Geef mij één brood, koekjes en 2 flessen water. - Geef mij geld - Tot ziens.” Sarah was hier ook al goed in op reis. Komt ze de kamer binnen: ‘Hallo, shampoo en zeep!’ Gelijk een echte Afrikaanse.

Toch doen we jullie voor een laatste keer vriendelijk de groeten uit Kigoma. Tot de volgende!

maandag 3 januari 2011

Heri ya Krisimasi na Mwaka mpya!



http://picasaweb.google.com/103677656645703739545/December#


Vorige keer hadden we het over onze reis naar Mwanza, maar we hebben natuurlijk ook nog heel wat beleefd in Kigoma zelf. Daarom even een verslag van december en van de feestdagen.
Belangrijk om weten is dat ik ondertussen verhuisd ben naar Maendeleo. Marieke woont nog steeds in Aqua Lodge maar blijft nu ook geregeld tijdens het weekend slapen in Bangwe community. We zien elkaar dus iets minder tegenwoordig, daarom gaat deze blog vooral over Maendeleo.
Na onze reis was het wat moeilijk om het werkritme terug te vinden. Gelukkig konden we al uitkijken naar de feestdagen. Kerstmis is hier een belangrijk feest, zelf de moslims vieren hier mee. In Maendeleo begonnen de voorbereidingen met het maken van een kerststal. De scouts kwamen om die in elkaar te knutselen en ze gebruikten daarvoor palmtakken. In onze kerststal staan natuurlijk Maria, Jozef en Jezus maar ook een aantal vreemde figuren zoals een man op krukken en een vrouw die een mand met vissen op haar hoofd draagt.
Op het kerstfeest zelf was er veel volk want iedereen kwam dat bij ons vieren: de kinderen van Bangwe, de broeders van de verschillende communities, familieleden van onze kinderen, arme mensen die al dan niet uitgenodigd komen mee- eten… Gelukkig was er dan ook eten in overvloed: gebakken bananen, kool, bonen, tomaat, komkommer, verschillende soorten rijst én bovendien vlees. ‘Vlees’ is hier echt een delicatesse, iets voor speciale gelegenheden.
Na het feestmaal ben ik met de kinderen naar Kibo, de discotheek gegaan. In de namiddag was daar een soort van kinderdisco. Da’s dus volle bak ambiance op klaarlichte dag. Ze hebben zich super geamuseerd, ik denk dat ik ze geen beter kerstcadeau had kunnen geven.

Tussen kerst en Nieuwjaar zijn we hier nog hard aan het werken geslagen. Onverwachts heb ik uit België een budget van 300 euro gekregen, wat veel geld is in Tanzaniaanse shillings. Samen met de broeders heb ik beslist om dit geld te gebruiken om eindelijk eens een fatsoenlijke slaapkamer voor de kinderen in te richten. Wel op één voorwaarde: dat we onmiddellijk in gang schieten, want ik wil het resultaat nog zien voor ik uit Kigoma vertrek. Het is gelukt maar het was wel een heel geregel. Er was een kamer die we konden gebruiken maar die wordt nu gebruikt als archief (persoonlijk vind ik ‘stort’ een beter woord) en de verantwoordelijke broeder wilde niet dat we al die rommel verhuisden. Maar we hebben niet afgegeven: een propere kamer voor 20 kinderen of een hok voor papier, ’t is niet zo moeilijk om te zien wat hier prioriteit heeft.
Ondertussen zijn de jongeren naar deze kamer verhuisd om een grote kamer vrij te maken voor de kinderen. De bedden zijn besteld en als alles goed gaat kunnen ze vanaf de 5e in een echt bed slapen. Feest!

Met oud op nieuw hebben we zelf een drink georganiseerd in Aqua Loge. Aftellen deden we op het strand en tot onze verbazing was er zelfs vuurwerk. Dat werd afgestoken in het nabijgelegen luxehotel Lake Tanganyika, waar ook een goed feestje aan de gang was. Wij kozen ervoor om naar Bangwe beach (disco op het strand) te gaan. Helaas viel het daar een beetje tegen en was de party al vroeg afgelopen. Daarom hebben we van 1 op 2 januari opnieuw gevierd in Kibo, waar de feestjes altijd goed zijn. Wij hebben hier het nieuwe jaar goed ingezet en we hopen van jullie in België hetzelfde. We wensen iedereen daar nog een gelukkig Nieuwjaar!

zaterdag 18 december 2010

10 benen en 1 arm



http://picasaweb.google.com/103677656645703739545/MwanzaSerengetiEnNgorogoro#

We hebben er een fantastische week vakantie op zitten. Vorige week donderdag vertrokken we met de bus naar de stad Mwanza, een busreis van de hele dag. Ze hadden ons een Chinese busmaatschappij aangeraden, want de Chinezen zijn betrouwbaar. Het was een busreis van een hele dag, maar afgezien van het feit dat de bus water lekte en ze dat onderweg dus voortdurend moesten aanvullen, ging alles goed.
In Mwanza belden we naar onze contactpersoon Antony, die ons naar onze lodge bracht. De naam van de lodge was ‘Mguu kumi’ wat zoveel betekent als ‘Tien benen’. Vreemde naam, maar de lodge zelf was dik in orde. We hadden er zelfs een douche met warm water, de eerste keer dat we dat hier tegenkomen!
Na een nachtje slapen en een goed ontbijt gingen we de stad verkennen. Zonder dat wij het gevraagd hadden, had Antony het plan opgevat om ons de hele dag rond te rijden en door de stad te gidsen. Hij had zijn broer Deo meegebracht omdat die goed Engels kan. Als je blank bent gaan ze er hier nogal rap vanuit dat je hulpeloos bent en dat je gevaar loopt. Nu, het kwam wel goed uit want Mwanza is groot en we zochten een plaats waar we een Safaritour konden boeken.
Eerst stapten we binnen bij een maatschappij die safari’s met overnachting in een lodge organiseert, maar daar vielen we toch wel van onze stoel van de prijs. Vervolgens kwamen we terecht bij een dikke Indiër die safari’s organiseert met overnachting in een tent. Die heeft ons een safari aangeboden voor een goeie prijs. ’t Zag er wel nogal louche uit. Zijn kantoor was in een garage en we moesten alles cash betalen. Maar hij was wel vriendelijk. We mochten zijn privé- chauffeur ‘lenen’ om ons naar de bank en naar onze lodge te rijden om geld te gaan halen.
Rond de middag was alles eindelijk geregeld en hadden we nog tijd om de stad te verkennen. We hadden al snel door dat Mwanza héél anders is als Kigoma. ’t Is eigenlijk een stad waar je perfect als Westerling kan leven. Je hebt supermarkten, klerenwinkels, appartementen, wasmachines, café’s en discotheken,… ’t Was nogal overrompelend, we zijn dat niet meer gewoon. Gelukkig waren er ook nog rustige plekjes, zoals de Bismarck Rock. Daar hadden we een prachtig zicht over het Victoria meer.

De volgende ochtend stonden we paraat aan onze lodge om op Safari te vertrekken. We werden opgehaald door onze chauffeur en gids Sham en onze kok voor onderweg Chris. Het duurde nog 2 uur voor we aan de poorten van de Serengeti waren, maar we werden al meteen verwelkomd door kleine aapjes. Eenmaal binnen in het park werden we omgeven door antilope’s, gnoe’s en zebra’s. Het duurde wat langer om de olifanten en giraffen te vinden. Picknicken deden we in het gezelschap van een grote makaak die zat te wachten op wat etensrestjes. Normaal mag je de dieren niet voederen maar als er toevallig nu een stuk brood of appel op de grond valt, dan kunnen wij daar toch echt niet aan doen.
Tegen de avond kwamen we aan op onze campingplaats. Toen we daar even naar het toilet gingen kwamen we een giraf tegen die even langs kwam wandelen. Hij stopte daar om te plassen en een giraf die plast, dat duurt blijkbaar minuten lang. Wij hadden dus rustig de tijd om even bij de giraf te poseren voor een foto. Zo dichtbij kan je ze zelfs in de zoo niet zien!
’s Avonds werden we verrast door het eten van Chris. We begonnen met soep, gevolgd door spaghetti. Tijdens de rest van de safari kregen we nog o.a. pannenkoeken, quiche, omelet en veel groenten. Echt zalig om nog eens fatsoenlijk te eten! Vreemd genoeg kwamen we Chris tegen in de keuken terwijl hij voor zichzelf ugali met bonen aan het maken was. Waarom hij zelf niet meeat van al dat lekkers? ‘It’s food for wazungu’.
De tweede dag van de safari hadden we echt chance. Zelfs onze gids was onder de indruk. Volgens hem hebben sommige mensen een safari van 10 dagen nodig om alle beesten te zien die wij gezien hebben. We zagen een olifantenfamilie, een panter met haar twee kleintjes, een jachtluipaard, een migratie van gnoe’s,… Vooral met de leeuwen hadden we geluk. Op een gegeven moment konden we ergens stoppen want er lag een leeuwin te slapen op de weg. Daar zaten we dan foto’s te trekken vanuit het raampje, met die leeuwin nog geen meter van ons verwijderd. Of dat niet gevaarlijk was? ‘No, she doesn’t care’.
De Serengeti was al overdonderend mooi, maar de Ngorogorokrater overtrof nog alles wat we al gezien hadden. Neem maar uw lijstje van ‘Dingen die ik ooit in mijn leven gedaan moet hebben’ en schrijf op: een bezoek aan Ngorogoro. ’t Is niet voor niets één van de 7 wereldwonderen. Marieke vond het ‘keskift’ en Sarah begon zelfs God te zien. Ik zou kunnen schrijven over de plas vol flamingo’s, over de oerwoudachtige bossen, over het uitzicht over de vallei,… Maar eigenlijk moet je het zelf zien want het valt met geen woorden te beschrijven en het pakt evenmin op foto.
Op onze camping werd het ’s nachts heel koud, met temperaturen dichtbij de 0 graden. We zijn dat echt niet meer gewoon, ’t is maanden geleden dat we nog een echt kou geleden hebben. Gelukkig maakte de prachtige zonsopgang veel goed en was er op de camping ook van alles te bleven. Hier kregen we bijv. bezoek van een olifant die uit de watertank kwam drinken en ’s nachts stond er een buffel te grazen achter onze tent.
Toen we terug vertrokken uit Ngorogoro en Serengeti was dat wel een beetje triest. Terug naar de bewoonde wereld, naar de drukte en chaos van een Afrikaanse grootstad.
De laatste dag voor onze terugreis hebben we nog in Mwanza doorgebracht. We zijn daar eens goed gaan shoppen, want we hadden met onze gidsen afgesproken om naar een dancing te gaan in Mwanza. En aangezien al onze kleren hier versleten zijn, moesten we dus iets nieuws vinden. ’s Avonds stonden we dus volledig in het nieuw te shaken in die club. ’t Was eens wat anders als Kibo in Kigoma: veel Westerse muziek en zelfs 90’s muziek! Gelukkig werd onze favoriete Swahili- hit ‘Mkono mmoja’ (één arm) ook nog gedraaid.
Na dit nachtje uit hadden we net genoeg tijd om onze spullen op te halen in de lodge en richting bus te vertrekken. De busrit was hels. Het is hier helaas de normaalste zaak van de wereld dat de bus ferm overboekt wordt en dat er een hoop mensen moet rechtstaan. Reken dan nog op hobbelige zandwegen en tel er nog een stuk of 5 buspannes bij midden in de brousse. En dat 19 uur lang aan een stuk. We waren superblij toen we eindelijk thuis aankwamen, in onze vertrouwde stad Kigoma.

dinsdag 7 december 2010

Busy busy busy!

De Tanzanianen zijn meesters in het geven van vage antwoorden. Als je vraagt ‘What have you been doing today?’ krijg je altijd het antwoord ‘Ah, busy busy busy!’. Als ze niet ja of nee willen antwoorden, dan zeggen ze ‘bado’. Dit betekent zoiets als ‘nog niet’ of ‘misschien later eens’. Een gelijkaardig antwoord is ‘If God wishes’. Dat is ons al goed van pas gekomen.
“Can I have your Phone number?”
“If God wishes”

In Aqualoge is het ondertussen heel stil geworden. Katrin en Annelies zijn vertrokken om rond te reizen in Tanzania. Binnen 2 weken zijn ook Sarah en Wilfried weer weg. En ikzelf ben verhuisd. Ik woon nu in Maendeleo, bij de kinderen waarmee ik werk. Er is speciaal een broeder van kamer veranderd om mij een kamer met wc en douche te kunnen geven.
Marieke en Linde blijven wel in Aqualodge, maar ze hebben vorig weekend wel doorgebracht in Bangwe. Sinds Br. Stan hier geweest is, hebben ze een serieuze opdracht gekregen: de reorganisatie van Bangwe. Er moeten verantwoordelijkheden verdeeld worden, er moet een fatsoenlijk activiteitenprogramma komen,… Ze zijn erin gevlogen met een weekend lang activiteiten doen. Als teambuilding kan dat al wel tellen. Blijkbaar is het al goed meegevallen, want 2 nachten Bangwe werden 3 nachten Bangwe. Eigenlijk weet ik niet zeker of ze nu al terug zijn.

De kinderen van Maendeleo blijven me verbazen. Vorige keer vertelden we al over de termieten die ze hier opeten. Nu heb ik gemerkt dat ze nog andere methoden hebben om een beetje vlees aan hun menu toe te voegen. 1. Maak een katapult. 2. Schiet drie duiven uit de boom, 3: slachten en klaarmaken en 4: Eet smakelijk! Zo simpel kan dat zijn.
Mijn grootste frustratie in Maendeleo was altijd al de omstandigheden waarin de kinderen moesten slapen. Als ik daarover ging klagen bij de oversten kreeg ik altijd hetzelfde antwoord: ‘Je hebt gelijk maar er is geen geld om er iets aan te doen’. Je zou er bijna van in mirakels gaan geloven maar 2 weken geleden stond hier plots een rijke Spaanse vrouw. Ze is hoteluitbaatster op Mallorca en had wel wat centen op overschot. Maar ze wilde zelf zien waaraan ze die nuttig kon besteden. Eén bezoekje aan de kinderkamer volstond voor haar om een beslissing te nemen. Ze heeft nieuwe (echte!) matrassen gekocht voor hen. Zie, dat vind ik nu plezant.
Zelf heb ik de kinderen ook eens in de watten gelegd. We hebben hier Sinterklaas gevierd! Eerst heb ik het verhaal verteld. Ik heb er wel een draai aan gegeven, want de blanke man met zijn zwarte hulpjes, da’s toch een tikkeltje racistisch. Het werd dus het verhaal van Saint Nicolas en Saint Peter, die als team cadeautjes brengen naar alle brave kinderen die voor hun een tekening maken en hun schoen buiten zetten. Hier brachten Sint en Piet voor elk kind een pakje koekjes, een mango en Obama- kauwgom.

Het lesgeven zit er op ondertussen, want de kerstvakantie is hier al begonnen. De laatste week hebben we vooral examens verbeterd en resultaten geteld. Ik heb vorige weeks eens verteld dat ik nog een verjaardagscadeau zocht voor mijn moeder. De leraressen op school vonden het een bijzonder goed idee om een Afrikaanse jurk voor mijn moeder te laten maken. Het enige probleem waren de maten. We hebben ons dan maar gebaseerd op een foto en dan ben ik met 4 leraressen naar de kleermaker gegaan. Eén voor de lengte, één voor de heupen, één voor de borstomtrek en één die de prijs ging onderhandelen. Ondertussen is de jurk af, ik ben eens benieuwd of ze zal passen. Bij deze heb ik het cadeau dus al verklapt, maar ik vond het verhaal te grappig om niet op de blog te zetten.

Nu is het hoogtijd voor ons om eens vakantie te nemen. En deze keer echt. We hebben al een busreis geboekt. Donderdag vertrekken we naar Mwanza. Da’s de 2e grootse stad van Tanzania en naar ’t schijnt hebben ze er supermarkten! Vanuit Mwanza reizen we dan door naar de Serengeti en Ngorogoro, want het is hoogtijd dat we eens wat van die Afrikaanse wilde beesten zien. We zitten hier tenslotte in het land van de Lion King.

donderdag 25 november 2010

Kumbikumbi



http://picasaweb.google.com/103677656645703739545/November#

Het aards paradijs bestaat. En wij hebben het gevonden. Het heet Jacobson’s beach en het ligt in Kigoma, vlakbij het vissersdorp Katonga. Stel je voor: je wandelt eerst door een stukje tropisch bos, dan kom je op een wit strand terecht waar je je nestelt in de schaduw van een palmboom of van een strooien hutje. Je zit daar wat te lezen terwijl er een paar tropische vlinders voorbij komen gefladderd. En als je een stuk fruit of koekjes uithaalt, krijg je bezoek van kleine aapjes. Je neemt een frisse duik vanaf de rotsen in het glasheldere water. En met een beetje chance kom je nog iemand tegen die je een duikbril en een snorkel leent zodat je tussen de vissen kan zwemmen, precies of je zwemt in een Aquarium.
Eigenlijk hadden we het kunnen weten. Ik citeer even mijn Inside Guide: Het Tanganyikameer is het grootste zoetwatermeer ter wereld. Ook is het, met diepten van bijna 1500 m, het op één na diepste meer, en buiten dat nog ongelofelijk mooi ook. Langs de Tanzaniaanse oever, die wordt omzoomd door de westelijke steilte van de Rift Valley, liggen lange zandstranden, rustieke vissersdorpen en stroken oude bossen waar talloze vogels en apen leven. Het zeegroene water- naar men zegt het minst vervuilde ter wereld- is zo helder dat u tot aan uw kin het water in kunt lopen en nog steeds uw tenen kunt zien. Er leven naar schatting 1000, veelal inheemse, soorten vis in het meer. Er zijn landen die om minder een toeristenindustrie op poten hebben gezet, en toch wordt dit prachtige deel van Tanzania maar weinig bezocht.
Dat laatste hebben we ons ook al afgevraagd: Waarom proberen ze hier niet meer geld te slaan uit het toerisme? Langs de andere kant: misschien verklaart de afwezigheid van massatoerisme wel dat er nog zulke plekjes bestaan…

Marieke en ik zijn ondertussen de grens met Burundi eens over geweest. De reden: we moesten een nieuw visum hebben. Dat van ons was na 2,5 maand bijna verlopen. Normaal gezien kost een nieuw visum kopen een stuk of 140 dollar, maar de broeders hadden een beter idee. “Waarom gaan we niet gewoon de grens met Burundi over? We zeggen tegen de douaniers dat jullie in Bujumbura het vliegtuig terug naar België nemen. Dan hangen we een halve dag rond in Burundi, keren we terug en vertellen tegen diezelfde douaniers dat de reis afgelast is en dat we terug naar Kigoma moeten voor toch wel 3 maanden om onze terugreis opnieuw te organiseren.” Ja, doen we! Vreemd genoeg heeft het allemaal gewerkt. Dat hebben we vooral te danken aan onze reisgezel Samson, een man met een ongelofelijk talent om zich uit allerlei situaties uit te lullen. Zijn geheim: ‘good relationships’. Daarnaast hebben het feit dat we de schoonmoeder van een douanier een lift gaven naar Kigoma, en natuurlijk onze dollars, waarschijnlijk ook geholpen.
Het uitstapje naar Burundi was toch geen plezierreis. Tijd om naar Bujumbura te rijden, hadden we niet. We zijn daarom gaan eten in een klein dorp waar ze duidelijk niet vaak blanken te zien krijgen. Echt plezant: mensen die hun pas vertragen en in bosjes rond je blijven staan om je eens op ’t gemak van boven tot onder en van onder tot boven te bekijken. Het wereldrecord staren is die dag vast en zeker verbroken.
Gelukkig was het op zich wel een hele mooie rit. We reden door prachtige groene bergen, en zelfs door naaldbossen die ons heel hard aan de Ardennen deden denken.

Deze week kregen we hoog bezoek in Kigoma: Broeder Stan is hier, de regional superior. Het heeft wel iets teweeggebracht hier: plots hangen er gordijnen in de eetzaal, de riolering in Maendeleo wordt ineens vernieuwd, alle broeders beginnen plots naar de kerk te gaan,…
Voor Marieke en Sarah’s project is het een goeie zaak dat hij hier is: kunnen ze eindelijk eens een aantal belangrijke beslissingen nemen. Het project is wel nogal overhoop gegooid. Nu is het plan als volgt: ze gaan de Doven onderbrengen in verschillende stageplaatsen: De mannen bij houtbewerkers, de vrouwen bij naaisters. De bedoeling is dat ze daar in opleiding gaan en later hun eigen handel kunnen opstarten. Ondertussen gaan de lessen gebarentaal gewoon door. Via mond aan mond- reclame (voor zover je die uitdrukking al kan gebruiken voor Doven) zijn er ondertussen nog heel wat mensen bijgekomen. En ze komen graag. Soms blijven ze zolang plakken na de les dat ze bijna naar huis gestuurd moeten worden…

In Maendeleo gaat alles z’n gangetje. Het is tof dat mijn Swahili stilaan het niveau bereikt om echt gesprekken met inhoud te kunnen voeren. Een paar dagen geleden had ik het met een paar jongens van Maendeleo over ‘de meiskes’. Uiteraard zagen ze een blonde Belgische (zoals Sarah) wel zitten. Gelukkig bleef het hier niet bij: uiteindelijk kwamen ze zelf tot de conclusie dat ze beter een condoom gebruiken want het is beter om eerst na te denken over hoeveel kinderen je wil zodat je zeker bent dat je ook de middelen hebt om voor hen te zorgen. Dat vind ik nu nog eens een pedagogisch verantwoord gesprek. Daarnaast hebben ze ook heel wat vragen gesteld over mijn familie en over België. Hilarische inbreng van S., een jongen met een verstandelijke beperking: ‘De blanken, gaan die ook dood’?

Om mee af te sluiten, nog iets over de culinaire gewoontes hier in Tanzania. Vorig weekend zijn hier en masse vliegende termieten uitgevlogen van een centimeter of 2 groot. Ze noemen het ‘kumbikumbi’. Overal op straat liepen er kinderen rond om de beestjes te vangen. Op Maendeleo zag ik waarom: als je de vleugels uittrekt en de beestjes bakt met een beetje zout, dan heb je een echte delicatesse. Echt proper zag het er niet uit, maar ja: het kan zeker geen kwaad als de kinderen eens wat eiwitten binnenkrijgen.

Aan allen die gaan eten: eet smakelijk. En tot de volgende keer!